Dit is deel 4 van de serie over veelvoorkomende klachten en alternatieven voor pillen.

Door huisarts Dirk Jan van Wijk

Voeding teruggeven en darmkrampen bij zuigelingen, buikpijn en verstopping bij kinderen, spastisch colon (geïrriteerde dikke darm) bij volwassenen; protest van ons maag-darmstelsel is van alle leeftijden.

Onze ingewanden maken ons van alles duidelijk als we het niet kunnen zeggen (zuigelingen), niet weten te zeggen (kinderen) of afgeleerd hebben er iets over te zeggen (volwassenen). Zelfs onze intuïtie zit in onze ingewanden (‘onderbuikgevoel’)! Laten we toch vaker en beter naar onze ingewanden luisteren! Wat willen ze ons laten weten? Is er iets dat we moeilijk kunnen slikken? Kunnen we het slecht verteren of ligt het ons zwaar op de maag en moeten we ervan braken? Hebben we misschien iets op onze lever? Of is er iets dat we nog niet zo makkelijk kunnen loslaten? Onze taal is doorspekt met uitdrukkingen die duidelijk willen maken dat onze ingewanden ons iets te vertellen hebben.

Pillen
Het blijkt dat 3 miljoen Nederlanders op recept maagzuurremmers gebruiken en 1,2 miljoen een poeder of pil tegen obstipatie. Waarschijnlijk is er een veelvoud aan mensen die spullen van de drogist gebruikt. Er wordt dus heel wat geslikt om onze ingewanden goed te laten functioneren. Kan dat ook anders?

Kauwen
Eerst komt het voedsel in onze mond en is het de bedoeling dat we ons voedsel langdurig kauwen. Het wordt daardoor in kleine stukjes verdeeld (dat is beter voor je slokdarm dan grote, hete of koude stukken) en voorverteerd. Lang kauwen stimuleert bovendien de speekselproductie (die weer belangrijk is voor de ontsmetting van de mond) en zorgt ervoor dat we maar weinig lucht inslikken (waar de rest van je maag-darmstelsel heel blij mee is!). Speeksel neutraliseert bovendien het maagzuur dat terugstroomt in de slokdarm, hetgeen een veelvoorkomende oorzaak van zuurbranden is. En laat langdurig kauwen er ook nog eens voor zorgen dat je alles veel beter proeft en sneller verzadigd bent (waardoor je minder eet)!

Voedsel
Als eten of drinken je klachten geeft, is het duidelijk dat dit voedsel niet goed voor je was en dat je er goed aan doet om je lijf er niet vaker mee te plagen. Mogelijk heb je dan te veel gegeten. Of ging het om besmet eten (voedselvergiftiging). Of om een bestanddeel waar je ingewanden niet blij van werden. Zo kunnen scherpe spijzen, alcohol en koolzuurhoudende dranken klachten geven, maar ook komt het vaak voor dat mensen niet tegen bijvoorbeeld melkproducten of gluten kunnen.

Obstipatie
Wat niet wordt opgenomen en wat moet worden uitgescheiden komt in het rioolputje van ons lijf, de dikke darm. De aanvankelijk dunne drab wordt richting anus gestuwd en steeds meer ingedikt. Mensen met een ‘trage stoelgang’ dikken de poep langer in en maken daardoor drogere en hardere drollen. Daar kan de darm dan weer niet fijn in kneden, waardoor hij nog trager gaat werken. Harde poep kan ook geen lucht bevatten, waardoor mensen met obstipatie meer vrije lucht in hun darmen hebben (opgeblazen gevoel), die aanleiding geeft tot darmkrampen. In (liefst ongekookte) groente en volkorenproducten zitten vezels die helpen de ontlasting zacht te houden. Ook macrogol, dat de dokter kan voorschrijven, heeft dit effect.

Poepen
We horen 1 tot 2 keer per dag een smeuïge drol te draaien, die door de darm ‘vanzelf naar buiten wordt gewerkt’ (zonder dat persen noodzakelijk is). Als we dat doen, is onze darm blij en ook onze anus beschadigt niet. Bovendien geeft dergelijke ontlasting ons ook de meeste controle over de kringspier. Wanneer je ingewanden protesteren, stop dan ze te plagen en maak ze blij op de bovenbeschreven manier. En blijven ze daarna nog boos, dan willen ze je iets laten weten. Luister naar je lijf! Het is wijs!

Houd je dus vooral aan bovenbeschreven adviezen, maar stop nooit zomaar met medicijnen. Overleg altijd met je voorschrijvend arts. Maagzuurremmers kunnen bijvoorbeeld belangrijk zijn voor mensen die ook bloedverdunners moeten gebruiken.