BERGEN – Museum Kranenburgh presenteert vanaf 17 februari een omvangrijke tentoonstelling van Vlaamse expressionisten.

De tentoonstelling is een internationale samenwerking van mudel (Museum van Deinze en de Leienstreek) in België, The Phoebus Foundation in Antwerpen en Museum Kranenburgh. Meer dan zestig werken zijn bijeengebracht rondom topstukken van de drie voormannen van het Vlaams expressionisme, Gustave De Smet (1877-1943), Constant Permeke (1886-1952) en Frits Van den Berghe (1883-1939).

Vanaf de jaren 1920 ontwikkelen zij een eigen vorm van het expressionisme dat gekenmerkt wordt door een krachtig en aards realisme. Hun plompe en ploeterende boeren en vissers zijn odes aan de verbondenheid van mens en natuur, met dynamisch penseel neergezet in typisch-donkere ‘Vlaamse bruinen’. Dit Vlaamse expressionisme slaat aan en verwerft in korte tijd een eigen plek te midden van alle vernieuwende kunststromingen die de vroege twintigste eeuw zo’n belangrijk moment in de kunstgeschiedenis maken. Vlaamse Expressionisten wordt feestelijk geopend op zondag 17 februari om 16.00 u in Museum Kranenburgh, met onder meer een inleiding op de tentoonstelling door de Gentse kunsthistoricus Peter J.H. Pauwels. Vlaamse Expressionisten is te zien tot en met 10 juni.

Een nieuwe taal
Klaar met de esthetiek en vrijblijvendheid van het impressionisme wakkeren kunstenaarsbewegingen als Die Brücke en Der Blaue Reiter aan het begin van de twintigste eeuw internationaal het vuur aan om de nieuwe taal van het expressionisme te omarmen. Hierin winnen uitdrukkingskracht, kleur en grove penseelstreek het van natuurgetrouwheid, zuiver perspectief en compositorische wetmatigheden. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vlucht een aantal Vlaamse kunstenaars naar Nederland, onder wie Gustave De Smet en Frits Van den Berghe. Anderen onder wie Constant Permeke wijken uit naar Engeland. Tijdens deze ballingschap ondergaat hun kunst grote veranderingen. De Smet blijft tot 1922 in Nederland. “Ik arbeidde door met de wens mij stap voor stap te ontdoen van alle clichés en van alle goedkope kunstgrepen. Voortaan wil ik mij inspannen het innerlijke leven te vertolken, met de grootst mogelijke eenvoud, expressief door de vorm en door de kleur”, schrijft hij.
In Nederland vormen schilders als Jan Sluijters en Leo Gestel een dynamische voorhoede. Een groep avant-garde kunstenaars, waaronder Gestel, vestigt zich in het dorp Bergen en ontwikkelt hier een heel eigen toets en thematiek: de Bergense School. Ook het expressionisme van de Bergense School wordt in Vlaamse Expressionisten verbonden met alle vernieuwende tendensen in de internationale kunstwereld aan het begin van de twintigste eeuw.

De tentoonstelling is mede mogelijk gemaakt door de rijksoverheid: de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een indemniteitsgarantie toegekend.