Door Monique Teeling

Járen heb ik met mijn koffiezetapparaat gedaan, een prima ding, niks op aan te merken. Toen de Senseo’s je om de oren vlogen, dacht ik ‘laten we in godsnaam allemaal kalm blijven’ en bleef stug op dezelfde manier mijn bakkie leut zetten.

Ik was de laatste der Mohikanen zonder Senseo. Die ging er ook niet komen want ik vond het smerige drab wat dat ding produceerde. Er waren afgelopen decennia natuurlijk heel veel veranderingen op koffiezetgebied. Zo moest ik mijn dochter uitleggen dat je vroeger een kannetje op laag vuur had staan en met de hand rustig opschonk. Ze keek me aan alsof ik zojuist als veenlijk uit een moeras was gekropen. Het had nog jaren zo door kunnen gaan met mijn eenvoudige apparaatje als we niet bij vrienden een échte kop koffie hadden gedronken uit een koffiemachine van Zwitserse makelij. Na de eerste slok keken mijn echtgenoot en ik elkaar aan en zoals dat gaat in een 25-jarig huwelijk, hoefden we niets te zeggen. We wisten zeker dat ons koffieleven er in de toekomst totaal anders uit zou gaan zien. Eenmaal thuis zochten wij op internet betreffend merk en kregen bevestigd wat we eigenlijk al dachten, het zouden belachelijk dure kopjes koffie worden. Uiteindelijk vonden we via een site goede tweedehands machines die met liefde waren opgeknapt voor een schappelijker prijs. En nu staat hij daar in de keuken te shinen. Je moet er eerst wel even een cursus voor volgen om het juiste bakkie te kunnen zetten want er zit een hoeveelheid knoppen op waar je eng van wordt. Dan is er ook nog een display wat de hele tijd opdrachten geeft. Je moet beslist niet denken’s ochtends vroeg even snel een kopje koffie te kunnen drinken. Gisteren, voor mijn ochtenddienst, drukte ik ‘m aan. ‘Onderhoud’ bliepte het display. Dat zegt ie altijd voor en na omdat er doorgespoeld moet worden om de leidingen schoon te houden. Klaar voor de geurende drank wilde ik verder. ‘Water vullen’ dwong het display. Gedwee vulde ik het reservoir. Zo en nu koffie zei ik hardop. ‘Bak legen’ schreeuwden de rode letters bevelend in mijn richting.

Brutaal stak ik mijn tong uit naar het ding maar koffiemachines zijn daar op getraind en gewend absoluut niet te reageren. Er zat weinig anders op de bak te legen en af te wachten tot ik eindelijk kon kiezen uit normaal, sterk of extra sterk.

Maar de Zwitser dacht er anders over. ‘Bonen aanvullen’ knipperde het en ’t leek alsof ik hem hoorde gniffelen om mijn machteloos gekreun. Ik griste de zak bonen uit de lade en loste meer dan toegestaan waardoor het klepje weigerde te sluiten. Grommend haalde ik er wat uit en kon eindelijk de eerste kop koffie zetten. Mijn man enterde de keuken en vermoeid zette ik een mok voor zijn neus. “Wat een gemak hè?” verzuchtte hij stralend.