Douwe Draaisma is hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie en gespecialiseerd in de werking van het geheugen. Tijdens zijn lezing in de bibliotheek van Heiloo ging hij in op allerlei aspecten van herinneren en vergeten.

‘Wat je je uiteindelijk herinnert, is niet altijd hetzelfde als wat je hebt meegemaakt’, schrijft Julian Barnes in zijn bestseller ‘Alsof het voorbij is‘. De waarheid van die uitspraak zal Douwe Draaisma zeker onderschrijven. Als iets duidelijk werd in zijn boeiende lezing, dan is het dat het geheugen uiterst complex is. Wie overigens denkt dat we maar één geheugen hebben, heeft het mis. Het zijn er maar liefst 56, zo is uitgezocht. Mensen kunnen een specifiek ‘fotografisch geheugen’ hebben, of een bovengemiddeld ontwikkeld geheugen voor muziek of namen. Er zijn slechts twee hardnekkige geheugens: voor woorden (het semantische geheugen) en het motorische geheugen. Voor het overige gooit het brein veel weg, aldus Draaisma. “Dat we wat onthouden is de uitzondering op alles wat er binnenkomt.”

Krenkingen verjaren nooit
En waarom, zo zegt Draaisma, hebben we toch zo’n slecht geheugen voor dromen of de geschiedenis van gezichten? U denkt waarschijnlijk dat u weet hoe uw kind er op 10-jarige leeftijd uitzag of uw ouders toen ze een jaar of veertig waren, maar weet u dat echt of herinnert het u zich van foto’s? Of waarom herinnert uw collega zich wel een idee, maar niet dat het úw idee was? “Dat laatste noemen we cryptomnesie,” zegt Draaisma. “Het is een evolutionaire overlevingsstrategie. Als uw leven in gevaar is, heeft u dan meer aan een goed idee of aan de bedenker van het idee?” We hebben daarentegen weer een krankzinnig goed geheugen voor vernederingen. “Vraag iemand of hij zich een moment voor de geest kan halen waarop hij zich vernederd voelde en je krijgt een verslag dat zo gedetailleerd, zo grafisch is, dat het lijkt alsof het geheugen daar een afzonderlijk register van bijhoudt”, schrijft Draaisma in zijn meest bekende boek ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’. “Krenkingen verjaren nooit. Ik heb bejaarde mensen zien blozen over een zeventig jaar oude belediging.”