Onze huid is ons grootste orgaan. Ik schreef al eerder dat hij ons tegen allerlei invloeden van buitenaf beschermt. Maar onze tastzin stelt ons ook in staat te genieten van aanraking. Als je ‘goed in je vel’ zit, lukt het je om de mooie dingen binnen te laten en de boze wereld buiten. Ik neem je voor de tweede keer mee naar de huid als voel-orgaan.

Een maand geleden is David geboren, ons derde kleinkind. David is gezond en doet wat alle baby’s doen: Drinken, poepen en slapen. En hij huilt regelmatig, ten teken dat hij ergens behoefte aan heeft. Want baby’s kunnen dat nog niet zeggen. Soms helpt een speen (zuigbehoefte), soms helpt wiegen en iets warms op de buik (darmkrampen), maar vaak ook wordt hij rustig en tevreden van een hand tegen zijn wang of op zijn hoofdje. Kennelijk wil hij aangeraakt worden, wil hij contact voelen.

Behoefte
Ieder mens (misschien zelfs wel ieder levend wezen) heeft behoefte aan veiligheid. Het veiligst is het in de baarmoeder. En na de geboorte voelt het ’t prettigst dicht tegen de moeder (of vader) aan. In de loop van ons leven groeit niet alleen ons lichaam, maar ook ons vertrouwen. En leren we (als het goed is) om ons ook veilig te voelen als we op eigen benen staan. Als kind zal je echter toch af en toe even willen ‘schuilen’ bij pappa of mamma. En als puber zet je je weliswaar af tegen de mening van je ouders, maar hunker je stiekem toch naar hun begrip. En als volwassene voel je jezelf nog altijd het meest ‘geborgen’ bij je partner of vrienden.