Het winterweer hebben we achter ons gelaten, tijd voor lekker weer en veel zon. Buitenlucht en de zon zijn heel ‘gezond’, als je rekening houdt met de (s)teken.

Zonnesteek
Allereerst kun je bij warm, zonnig weer natuurlijk last krijgen van een zonnesteek. Dat is de naam voor de oververhitting van ons lijf door directe inwerking van de zon op ons hoofd of doordat ons lijf zijn warmte niet goed kwijt kan (inspanning als het erg warm is). Zonnesteek is te voorkomen door een pet of hoed te dragen en voldoende te drinken (ook af en toe bouillon), zodat je voldoende kunt blijven zweten.

Prikbeesten
Allerlei insecten hebben het op ons bloed voorzien, om zichzelf daarmee te voeden. Ze steken ons, spuiten een beetje ontstollingsmiddel in om er voor te zorgen dat het opgezogen bloed vloeibaar blijft en laten ons achter met een jeukende plek, omdat dat antistollingsmiddel irriteert. De meest voorkomende prikbeesten zijn vliegen, muggen (die steken vooral ’s nachts in de huid boven de dekens), bedwantsen (die steken onder de dekens) en vlooien (die steken vooral in de benen). Hun jeuk blijft in de regel niet zo lang. Belangrijk is om niet te krabben, want daardoor ontstaat steeds meer jeuk. Er zijn 1000 huis-tuin-en keukenmiddeltjes tegen deze insectenjeuk. En omdat het er zo veel zijn, weet je eigenlijk al dat er niet één écht helpt. Ook bijen en wespen kunnen steken, maar doen dat uit zelfverdediging. Het gif dat ze spuiten is veel agressiever en geeft bij sommige mensen zelfs een allergische reactie.

Teken
En dan is er nog de teek, een kleine zuigspin, die mensen grote (maar grotendeels onterechte) schrik aanjaagt. Teken bevinden zich overal in de natuur en laten zich vallen op een voorbijganger met bloed. Meestal zijn dat konijnen, vossen of herten, maar ook komt er soms een mens langs. De teek kruipt dan naar een plek waar hij zich lekker in een week kan volzuigen. Zijn ontstollingsmiddel jeukt niet, want anders zouden we hem direct in de gaten hebben en wegkrabben! De oudere teken zijn groter en zien we meestal snel zitten. De jongste teken zijn echter maar 2 mm groot en lijken op een kleine moedervlek. Maar als je er met je vinger overheen gaat, klapt hij om, omdat hij met zijn snuit in de huid vastzit.

Lyme
We zijn bang gemaakt voor de teek, omdat deze de ziekte van Lyme kan overbrengen. Dat is een ziekte door de bacterie Borrelia Burgdorferi. Ongeveer 20% van de teken is besmet. En wanneer een teek de kans krijgt om langer dan 24 uur te zuigen, kan deze bacterie overgaan naar de mens. Natuurlijk gaan wij in dat geval de bacterie te lijf met onze antistoffen. De strijd die geleverd wordt is meestal te zien aan een ongeveer 10 cm grote rode ring rond de steekopening, het ‘erythema chronicum migrans’. Meestal zal ons afweerapparaat winnen. Maar heel soms ziet de bacterie kans om andere organen in het lichaam te bereiken en die ziek te maken. (ziekte van Lyme). Die kans is echter klein: Verreweg de meeste teken zijn niet besmet en zullen tijdig verwijderd worden uit de huid. En bij eventuele besmetting, overwint ons afweerapparaat de bacterie meestal.

Preventie
Wat je het best kunt doen als je de natuur in gaat is: Beenbedekkende kleding dragen. ’s Avonds je hele huid controleren op teken (dat zijn de ‘omklapbare moedervlekjes’) en deze met een pincet (pakken bij de kop vlak boven de huid) verwijderen. De weken erna regelmatig de huid rond de steekplek controleren op het ontstaan van de rode ring. De roodheid van de steekopening zelf, die vaak ontstaat als een deel van de kop in de huid achterblijft (dat geeft niets) is niet gevaarlijk en geneest altijd vanzelf. Ga met de rode ring naar de dokter. Die zal je dan voor de zekerheid een antibioticumkuur geven.

Ik wens je veel zon en buitenlucht de komende maanden! Geniet ervan!