Ik heb zelf een bloedhekel aan hardlopen, gewoon rondjes rennen. Ik ben net een hond en ga alleen als ik achter een bal aan moet gaan. Ik denk dat alle hockeyers zo zijn en dat ze allemaal gewoon hardlopen niet leuk vinden. Daarom zijn we op een balsport gegaan. Maar ja, als trainer moet je soms ook wat aan conditie doen. Bij de jongste jeugd hoeft dat niet heel veel, maar soms dus wel. Hoe pak je dat nu aan?

Ik heb er weken over zitten nadenken en toen kwamen de Olympische spelen en wist ik het. Ik zat te kijken naar de Biathlon: langlaufen en schieten, en toen ik al die sporters die extra strafrondjes zag doen omdat ze een schot gemist hadden, toen dacht ik dat kan met hockey ook. Je traint “mikken” met een bal en je doet meteen wat aan de conditie via het rennen.

Je hockeystick is je geweer

Zo gezegd, zo gedaan. Oefening uitgezet en vervolgens alles uitgelegd. Je bent met z’n tweeën en je moet vanaf 5 meter 5 ballen door een poortje krijgen. Heb je ze alle 5 raak, dan ren je een rondje (bv. kwart veld) en tik je je maatje aan en dan mag die. Het “geweer” is je hockeystick en die geef je door als een soort estafettestokje. Echter, mis je een bal (of meerdere) dan moet je een strafrondje lopen, wat een klein rondje is (bv. uitgezet vierkantje van pylonen).

4 van de 5 ballen gingen mis

Nou, de jongens (10 a 11 jaar) stonden me uit te lachen. ‘Dat wordt een makkie, dat kan toch iedereen, etc.’. Laat maar zien dacht ik nog. Ik maakte er een wedstrijdje van en iedereen moest 2 keer schieten, kortom per team dus 4 keer. Ik zag al direct een aantal jongens strategisch hun ballen klaar leggen, maar ook een paar die de ballen gewoon op een hoopje lieten liggen. Direct na het fluitsignaal gingen ze fanatiek van start. De een sloeg de ballen heel hard, de andere juist heel zacht. Andere strategie, maar het resultaat was steeds hetzelfde. Niemand scoorde 5 keer raak. Sterker nog, het merendeel had er 3 of 4 mis zelf. Dus….. 3 of 4 strafrondjes…. en rennen maar.

Nog een keer

Nadat iedereen 2 keer geweest was zag ik rode koppen van inspanning, maar ook een glimlach. ‘Nog een keer’ hoorde ik meerdere malen. Ja, ik snap het wel want nu ineens gingen ze nadenken over hoe en wat. Rennen is niet erg, maar goed mikken door het poortje is toch wel belangrijk want dan hoef je niet extra te rennen. Dus we deden het nog een keer en zowaar het ging beter. I.p.v. 3 of 4 keer mis, was het gemiddeld nu nog maar 1 of 2 keer mis (maar nooit 5 keer raak). En maar weer rennen die jongens, als of hun leven er vanaf hing.

Grotere jongens kunnen er niks van

Later die week gaf ik ook training aan het team van mijn oudste zoon (13-14 jaar) en heb ik hetzelfde gedaan. Ik ging er vanuit dat deze leeftijd jongens al wat beter kon mikken, maar nee dus. Sterker nog, de geldingsdrang om te winnen zit hier al zo in dat ze heeeeeel hard gaan slaan om maar zo snel mogelijk hun rondje te kunnen rennen. Gevolg is dat er velen 5 keer mis schoten en dus 5 extra strafrondjes moesten rennen. Hilarisch! Grote mond, maar mikken ho maar.

Al met al een groot succes en de jongens vonden het superleuk, terwijl het eigenlijk gewoon een conditietraining is. Grappig, had ik dit vroeger maar gehad i.p.v. oeverloos rondjes om het veld rennen. Je ziet maar, even creatief zijn en het wordt voor iedereen leuk.

Het bericht Heb jij ook zo’n hekel aan conditietraining? Oplossing = de Hockeybiathlon verscheen eerst op Hockey vader.